Bodemdieren zijn klein, maar doen grootse dingen voor de natuur. Kijk alleen al naar de Tiny Ten, de tien groepen bodemdieren die we zoeken tijdens de Bodemdierendagen. Dit jaar met extra aandacht voor wat deze dieren allemaal kunnen!

 

Regenwormen

Onder een hectare gezond grasland leeft gemiddeld 1000 kg (1 ton) regenwormen. Samen eten die jaarlijks 127 ton grond. Dat zijn 5 vrachtwagens vol! Per jaar werken wormen in datzelfde weiland zo’n 25 ton koeienmest de grond in. Zo maken ze de bodem lekker vruchtbaar. Ook helpen regenwormen bij de afvoer van regenwater: ze graven tot wel 8900 km regenwormentunnels. Door die gaatjes kan tot 150 mm regenwater per uur doordringen. Zelfs bij de meest heftige regenbui haal je dat niet.

Nog meer bijzondere weetjes over regenwormen

  • Als een regenworm stukjes (segmenten) van zijn lichaam kwijtraakt, dan kunnen die weer aangroeien. Aan de voorkant kunnen tot 4 segmenten aangroeien.
  • Een gewone regenworm (Lumbricus terrestris) heeft in totaal wel 10 harten in plaats van 1.
  • Regenwormen kunnen met borsteltjes vooruit en achteruit kruipen. Ze kunnen zich er ook mee in de grond vastzetten als een vogel ze probeert te vangen.
  • Nog meer weten over regenwormen? Bekijk het regenwormen-paspoort

 

 

Huisjesslakken

Een huisjesslak kan in 1 dag wel de helft van zijn eigen lichaamsgewicht opeten. Dat doet hij met zijn enorme hoeveelheid tanden: tot 25.000 zijn het er. Die tanden zitten op zijn rasptong, waarmee hij een laagje van zijn eten afschraapt. Huisjesslakken ruimen trouwens dode bladeren op, ze eten meestal niet van groene planten. Alleen de planten die wij mensen zo hebben gekweekt dat ze geen afweerstofjes meer maken, hebben last van slakken.

Nog meer bijzondere weetjes over huisjesslakken

  • Huisjesslakken kunnen hun huisje afgrendelen en zo een droge periode goed overleven.
  • Een andere naam voor slakken is ‘buikpotigen’, omdat ze bewegen met de gespierde onderkant van hun lichaam.

 

 

Naaktslakken

Deze slakken zonder huisjes lopen extra risico om uit te drogen en daarom zie je ze vooral als het buiten vochtig is. Ze kruipen niet, maar glijden over een spoor van slijm. Veel naaktslakken eten groene planten en plantenresten, wortels of paddenstoelen. Maar er zijn ook jagers en zelfs soorten die alles eten: omnivoren. De tijgerslak bijvoorbeeld, houdt van planten én jaagt op andere slakken. De tijgerslak en de rode wegslak kunnen wel 20 cm lang worden.

Nog meer bijzondere weetjes over naaktslakken

  • Omdat naaktslakken geen huisje hebben, kunnen ze zich heel plat maken en zo door de smalste kiertjes heen kruipen.
  • Een naaktslak legt per keer heel veel eitjes: dat kunnen er gemakkelijk 200 zijn.

 

 

Spinachtigen

Bodemspinnen zijn vaak spinnen die geen web maken, maar wel spindraad. Ze jagen op de grond. Als ze een prooi vinden, dan rennen ze ernaartoe, springen erop en rollen hem snel in hun draad. Daarna bijten ze hem met hun kaken, waarmee ze de prooi verlammen.

Hun vrienden de hooiwagens hebben heel lange dunne poten, waar ze zelfs mee kunnen ruiken. Wanneer een hooiwagen in gevaar is, kan zo’n poot loslaten. Die blijft dan nog even bewegen om de vijand af te leiden. Intussen gaat de hooiwagen er snel vandoor en zijn poot groeit later weer aan.

 

 

Pissebedden

Als iemand van donkere, vochtige hoekjes houdt, is het wel de pissebed. Je vindt ze dan ook veel onder bloempotten, stapels stenen en dode boomstammen. Om zo min mogelijk vocht te verliezen, zitten ze in groepjes dicht tegen elkaar aan. Soms wonen pissebedden in een mierennest. Van de mieren die hen durven aanvallen, plakken de pissebedden de kaken op elkaar met een soort lijm die ze zelf uitscheiden. De ruwe pissebed en de rolpissebed zijn ware recyclers: ze eten rottend hout en bladeren. Het liefst als die lekker beschimmeld zijn.

Nog meer bijzondere weetjes over pissebedden

  • Bij gevaar kan een oprolpissebed zich oprollen als een egel. Hij is dan zo groot als een erwtje.
  • Vrouwtjespissebedden hebben een buidel waarin ze hun jongen bewaren. Bij soorten die in Nederland leven, zijn dat er 5 tot wel 75 per keer.
  • Heb je wel eens een blauwe pissebed gezien? Dat is geen aparte soort, maar een zieke pissebed. Het diertje is dan geïnfecteerd door een virus dat blauw licht reflecteert.
  • Nog meer weten? Bekijk het pissebedden-paspoort.

 

 

Miljoenpoten

Nee hoor, miljoenpoten hebben niet een miljoen poten. Het zijn er hooguit 80 tot 400. Nog steeds niet weinig. Aan elk segment zitten bij miljoenpoten twee paar poten. Maar… ze lopen er heel langzaam mee. Miljoenpoten zijn dan ook geen jagers, maar planten- en afvaleters. Ze zitten de hele tijd stil op hun eigen plekje in de bodem. Ze hebben dan ook veel invloed op de structuur van de bodem. Als een ander bodemdier ze stoort, dan vluchten ze niet maar kronkelen ze zich op als een spiraal.

 

 

 

Duizendpoten

Anders dan de miljoenpoten zijn duizendpoten snelle jagers. Ze gebruiken hun gifklauwen om hun prooi te verlammen. Per een segment – het stukje lichaam tussen twee ringetjes - hebben ze één paar poten. De soorten die op de grond en tussen de bladeren leven, hebben hooguit 20 paar poten, dus 40 in totaal. De soorten die ín de bodem leven, hebben er veel meer: tenminste 35 paar ofwel 70 poten.

Nog een bijzonder weetje over duizendpoten

  • De bruine aardkruiper, een Nederlandse soort duizendpoot, straalt licht uit om roofdieren af te schrikken. Deze soort leeft veel in huizen.

 

 

Kevers

Deze groep insecten is heel divers: alleen al in Nederland leven bijna 4200 soorten. Een groot deel daarvan leeft overigens in water en is dus geen bodemdier. Veel kevers zijn ’s nachts actief. Om hen te vinden, kun je het beste de keukenpapierproef of een ingegraven potje gebruiken. Veel kevers eten planten of plantenresten, zoals de mestkevers, en andere zijn jagers. Eén van de keversoorten die we tijdens de Bodemdierendagen zoeken, is de grote glimworm. De vrouwtjes geven ’s nachts licht, waarmee ze de mannetjes naar zich toe lokken. Volwassen glimwormen eten niet, maar larven wel: ze leven vooral van slakken. Die spuiten ze in met giftig sap. De slak blijft nog leven, maar zijn vlees verandert in een vloeistof, dat de larve daarna kan oplikken.

Nog meer bijzondere weetjes over duizendpoten

  • De allergrootste kever in Nederland is het vliegend hert. De mannetjes zijn tot wel 9 cm groot en hebben enorme kaken in de vorm van een gewei. Daarmee eten ze overigens niet, ze zijn alleen bedoeld om vrouwtjes en concurrerende mannetjes te imponeren.
  • Sommige kevers zijn giftig. Als een grote bombardeerkever zich bijvoorbeeld aangevallen voelt, laat hij in zijn achterlijf wat stofjes bij elkaar komen die samen een explosie veroorzaken. Zijn knalwinden zijn rond de 100 graden Celsius.
  • De sterkste kever ter wereld leeft ook in Nederland: de rundermestpillendraaier kan zo'n 1140 keer zijn eigen lichaamsgewicht trekken. Dat is hetzelfde als wanneer een mens zes volle dubbeldekkerbussen voorttrekt.

 

 

Mieren

Deze dieren leven met een paar miljoen samen als één heeeele grote familie in een nest. Dat kan onder de grond zijn, in een boom, of ze bouwen een mierenhoop van misschien wel een paar meter hoog. De koningin is de enige in het nest die eieren legt. Ze kan tot zo’n 15 jaar oud worden. Mieren zijn de gewichtheffers onder de insecten: ze kunnen 50 keer hun eigen gewicht dragen. Sommige soorten houden luizen als huisdier en leven van een zoete vloeistof die de luizen uit planten zuigen. Andere mierensoorten eten dode resten. Omdat ze met zoveel samenleven, kunnen ze écht de omgeving opruimen: een kolonie bosmieren eet per seizoen meer dan 6 miljoen insecten en andere geleedpotigen.

Nog een bijzonder weetje over mieren

  • In Nederland leeft ook een exoot uit Zuid-Europa: het Mediterraan draaigatje. Die soort maakt ondergrondse nesten van wel honderden meters lang. Ze dringen huizen binnen en zorgen ervoor dat bestrating verzakt.
  • Nog meer weten? Bekijk het mieren-paspoort.

 

 

Mollen

Het enige zoogdier dat we tijdens de Bodemdierendagen zoeken, is een echte graafkampioen: de mol kan binnen een uur een ondergrondse gang van 14 meter graven. Dat doet hij met zijn extra sterke voorpoten, met aan allebei een extra duim. Daarbij is hij op zoek naar zijn favoriete voedsel: regenwormen. Per jaar eet hij zo’n 35 kg, terwijl hij zelf maar ongeveer 100 gram weegt. Een deel van de wormen slaat hij op en bewaart hij voor later. De mol is een ultrasnelle jager. Met zijn piepkleine oogjes kan een mol maar weinig zien. Maar hij kan wel heel goed voelen, met de haren en zenuwen op zijn neus en staart.

Nog meer bijzondere weetjes over mollen

  • Een mol kan ook heel snel achteruitlopen. Doordat hij zijn haren kan kantelen, houden die hem niet tegen in zijn nauwe gangenstelsel.
  • Wij mensen zouden het in de smalle ondergrondse gangen al snel benauwd krijgen. We hebben dan zuurstof nodig. Een mol niet: hij kan veel meer kooldioxide verdragen dan wij en dus zijn uitgeademde lucht opnieuw inademen zonder te stikken.
  • Nog meer weten? Bekijk het mollen-paspoort.