Verslag van Albert Loef, IVN Ede

 

Dierendag was het moment om aandacht te geven aan een goede bodem, omdat er zonder bodemdieren geen gezonde bodem is. Alle diertjes samen snoepen van de blaadjes en de takjes: de schimmel schranst, de worm pierenwurmt van sip sop sap tot een malse pap en samen met de andere kriebelbeestjes plakken ze alles losjes aan elkaar.

Doen, kijken en bestuderen

Met enkele geïnteresseerde volwassenen gingen we op zondag 4 oktober naar buiten, het bos in, met een ‘veldwerkset’, die bestond uit materiaal waarvan we dankbaar gebruik maakten. We deden ‘de keukenpapierproef’ en maakten daarbij gebruik van zoekkaarten, waarnemingsformulieren en bodemdierenboekjes. We keken onder bladeren, takjes en boomstronken. En we ‘bestudeerden’ het gedrag van de kriebelbeestjes dat nodig is om te blijven bestaan: het zoeken van voedsel, de voortplanting, het vecht- en vluchtgedrag.

Wegrennende duizendpoot

Zelfs mensen die voor het eerst op hun knieën gingen om naar kriebelbeestjes te speuren durfden ze op hun hand te laten lopen. Van de duizendpoot, die wegrende, schrok een van de deelnemers enorm. Er werden poten geteld, gekeken hoe de beestjes zich bewegen, wat ze eten en er werd gepraat over welke kriebeldiertjes andere kriebeldiertjes eten en welke planten ze eten. Op de vraag elkaar een verhaaltje te vertellen of een beestje na te doen, werd terughoudend gereageerd. Wel kwamen er allerlei herinneringen boven van vroeger, zoals de pissebedden in de vochtige kelder.

Gefriemel

In het bos vindt veel recycling plaats. De bladeren, dood organisch materiaal, wordt er afgebroken. Al het afval wordt weer uitgepoept en maakt de planten weer blij. In de poep van de dieren leven bacteriën en schimmels, die de dode plantenresten verder afbreken tot plantenvoeding. Bodemdieren zijn dus onmisbaar. Door het gefriemel in de grond wordt de bodem weer gezond.