Bodemdieren ruimen het natuurlijke afval zoals herfstbladeren op en verwerken die tot voedsel voor planten. De biodiversiteit in ons land gaat achteruit. Meer aandacht is nodig voor de onbekende leefwereld onder onze voeten. Want klein is niet hetzelfde als onbelangrijk. Integendeel: we kunnen niet zonder bodemdieren! Op deze pagina vind je informatie over de bodemdieren in Nederland waar we naar op zoek gaan. En lees ook welk tuintype jij hebt en de tips voor een bodemdier-vriendelijke tuin!

 

Bodemdieren

Tijdens de Bodemdierendagen zoeken we tien diergroepen, die iedereen invult. Per diergroep zijn er ook drie à vier soorten of soortgroepen goed te herkennen, met de tips hieronder. Zo kun je nog meer bijdragen aan het onderzoek!

1. Regenwormen


Let op: kleur van de kop en staart, smalle gele bandjes, afgeplatte staart

Een grondeter

Let op lichte kleur (hele lichaam)

Een strooiseleter

Let op donkere kleur (hele lichaam rood)

Een pendelaar

Let op afgeplatte staart (en achterkant lichaam bleker van kleur)

Een compostworm

Let op smalle gele bandjes (en hele lichaam rood) 

 

2. Naaktslakken


Let op: kleur en vlekkenpatroon, afmeting

Een rode wegslak

Let op rode kleur

Lichte aardslak

Let op gevlekte uiterlijk

Tijgerslak

Let op gevlekte + gestreepte uiterlijk en de forse afmeting

Een akkerslak

Let op bleke kleur (en klein)

 

3. Huisjesslakken


Let op: vorm van het huisje, patroon/tekening op het huisje

Gewone tuinslak

Let op gele of bruinoranje achtergrondkleur en donkerbruine banden, bolle vorm

Een clausilia

Let op het langwerpige, ‘torenvormige’ huisje

Boerenknoopje

Let op het platte, ‘afgevlakte’ huisje en de ribbeltjes op de schelp

Segrijnslak

Let op de bruine achtergrondkleur en het gevlekte uiterlijk, bolle vorm

 

4. Spinachtigen


Let op: beharing, aantal lichaamsdelen (één of twee), kleur of patroon

Tuinwolfspin

Let op de lange harige poten, vaak gevlekt

Herfststrooiselspin

Let op het relatief grote achterlijf zonder opvallende strepen, vaak fluwelig behaard

Een gewone hooiwagen

Let op de extreem lange poten en het lichaam dat uit één stuk bestaat

Een aardhooiwagen

Let op de lange poten en het donkere lichaam, dat uit één stuk bestaat

 

5. Pissebedden


Let op: lichaamsvorm, staart, vlekken op de bovenkant of rand

Een oprolpissebed

Kan lichaam tot bolletje oprollen, lichaam gewelfd/gebogen

Ruwe pissebed

Matgrijs van kleur met ruw oppervlak, slank lichaam

Mospissebed

Glanzend, donkere kop met donkere rugsteep en achterkant (‘staart’) ingeknepen/versmald

Kelderpissebed

Breed, lichte buitenrand met daarin randje van bruine vlekjes en rug gevlekt

 

6. Miljoenpoten


Let op: strepen en de vorm van de rug

Een oprolmiljoenpoot

Kan lichaam tot bolletje oprollen (en anders dan bij de oprolpissebed: 4 poten per ‘segment’ van het lichaam)

Een slangenmiljoenpoot

Langwerpig lichaam zonder rugstrepen

Kleine tweestreep

Let op twee gele lengtestrepen op de rug

Een platrugmiljoenpoot

Let op afgeplatte rug en ‘zijvleugeltjes’ op de rug

 

7. Duizendpoten


Let op: aantal poten 

Een steenloper

15 paar poten

Een bladkruiper

21 paar poten

Een aardkruiper

Meer dan 30 paar poten

 

8. Kevers


Let op: lichaamsvorm en rugschild, vorm van de antennen (lang en slank of juist kort en eindigend in een knopje)

Een glansloopkever

Lichaam pilvormig, harde dekschilden bedekken het hele lichaam

Een kortschildkever

Lichaam langwerpig, harde dekschilden bedekken maar deel van het achterlijf

Een grote glimworm

Lijkt op een larve, kop van bovenaf niet zichtbaar en antennen kort

 

9. Mieren


Let op: kleur, ‘steeltje’ tussen voor en achterlijf

Een wegmier

Lichaam zwart en klein, steeltje bestaat uit knoop (knobbelvormig rond stukje) en schub (met ‘flapje’)

Een schubmier

Lichaam zwart rood en groot, steeltje bestaat uit knoop en schub

Een knoopmier

Lichaam rood, steeltje bestaat uit twee knopen

 

10. Mollen


Er komt in ons land maar één soort mol voor!

De mol

Talpa europaea

11. Overig

Onbekend maakt onbemind. Welke bodembewoners kunnen wel wat extra aandacht gebruiken?

Verder vind je misschien wel oorwurmen, padden of salamanders.

 

In welk type tuin zoek jij?

Je kunt je waarneming doen in verschillende tuintypes. Het zou fijn zijn als je in jouw omgeving twee waarnemingen kunt doen: één op een groene plek én één op een bestrate plek. Dan kunnen we ze mooi vergelijken.

Bestrate tuin

Is de tuingrond (bijna) volledig afgedekt met stenen, vlonders of andere harde materialen? Toch kan je ook hier bodemdieren ontdekken: wat dacht je van mieren?

Halfgroene tuin

Hier is ongeveer de helft van de tuin verhard en de andere helft in gebruik voor planten, struiken en soms een boom. Hoe diverser de begroeiing, hoe meer bodemleven.

Groene tuin

Bij dit soort tuinen is 80-90% van het oppervlak begroeid met planten, struiken en bomen. Afhankelijk van de plantensoorten verwachten we hier veel van!

Balkon

Huizen zonder tuin kunnen wel een balkon hebben. En spinachtigen of slakken voelen zich daar best thuis...zeker als er op het balkon ook planten groeien.

Plantenbak

Sommige huizen en appartementen hebben geen tuin of balkon maar wel…een plantenbak. En gelukkig kun je ook hier bodemdieren in vinden.

Groendak

Op sommige huizen en kantoorgebouwen is een groendak aangelegd. Zolang er maar wat grond en/of planten aanwezig zijn, kun je er zeker bodemdieren vinden.

Plantsoen/park/kinderboerderij

Als je geen tuin of balkon hebt en zelfs geen plantenbak, kun je natuurlijk toch bodemdieren zoeken. Ga gewoon naar een park of kinderboerderij bij jou in de buurt!

Schoolplein/BSO

Liever met de hele klas of BSO op zoek naar bodemdieren? Ook schoolpleinen kunnen - letterlijk - een dankbare voedingsbodem zijn voor bodemleven in al zijn vormen.

Tiny Forest

Een Tiny Forest is een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Je vindt ze in steeds meer steden: niet alleen een prettige plek voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor bodemdieren.

Moestuin

In een moestuin gebeurt veel, en de grond is in beweging. Wat betekent dat voor het aanwezige bodemleven? Wie houdt er van rulle grond?

Voedselbos

Een voedselbos is een door mensen aangelegd bos met veel verschillende meerjarige planten en/of bomen waarvan je delen kunt eten, zoals vruchten, zaden, bladeren en stengels. Het bos heeft verschillende lagen met van hoog naar laag bomen, struiken, kruiden en bodembedekkers, en natuurlijk een rijk bosbodemleven. Bodemdieren zou je er dus volop moeten kunnen vinden.

 

Tips voor een gezonde tuin

Valt het aantal verschillende soorten bodemdieren in jouw tuin een beetje tegen? Niet getreurd: maar weinig mensen komen alles van miljoenpoten tot kevers tegen. Wel kun je veel doen om je tuin aantrekkelijker te maken voor bodemdieren. Hier volgen wat tips:

TIP 1: ONBETEGELD

  • Zorg dat een zo groot mogelijk stuk van je tuin onbetegeld is. Dat is goed voor bodemdieren, voor planten én voor de afvoer van regenwater. Maximaal de helft van je tuin betegeld is een goede richtlijn.

TIP 2: ...MAAR NIET ONBEDEKT

  • Onbetegeld is niet hetzelfde als onbedekt! Hou de grond in je tuin het hele jaar door zoveel mogelijk bedekt. Maak gebruik van bodembedekkende planten, en kies daarvoor het liefst soorten die van nature in de streek thuishoren.

TIP 3: SNOEI LAAT, PLOEG NIET

  • Snoei de vaste planten in je tuin niet in de herfst maar pas in het voorjaar, en ploeg niet elke maand je tuin om - zelfs niet elk jaar (!). Schoffelen kan wel, maar als je gaat spitten gebruik dan alleen een riek en geen spade.

TIP 4: LAAT BLADEREN LIGGEN

  • Laat in de herfst de bladeren in je tuin zoveel mogelijk liggen: dat is voedsel voor het bodemleven! Harken en blaadjes blazen kan wel, maar haal ze dan alleen weg van het gras en de stoep. Egels houden daar trouwens ook van...

TIP 5: TAKKEN, STENEN, HOTELS

  • Door oude takken of boomstammen in je tuin te leggen, trek je meer bodemdieren aan. Of  maak ergens een hoopje oude bakstenen, potscherven en/of dakpannen. Heb je de smaak te pakken? Bouw dan ook eens een insectenhotel.

TIP 6: DIVERSITEIT EN WATER

  • Diversiteit in je tuin is goed, ook wat betreft het soort bodem. Dus op een zandige bodem meer rijke grond, en op rijke grond ook wat (schaarse) zanderige plekken. En breng water in je tuin...bijvoorbeeld een vijvertje.

TIP 7: VOORZICHTIG MET MEST EN BESTRIJDING

  • Mest? Daar worden maar een paar soorten blij van. Gebruik dus vooral niet te veel, en liever organische mest dan kunstmest. En bestrijdingsmiddelen (herbiciden, insecticiden, fungiciden, nematiciden)? Afblijven!

Heb je zelf ook nog nuttige tips om je tuin aantrekkelijker te maken voor bodemdieren? Stuur ons dan een e-mail!